Zindelijkheidstraining. Voor de ene moeder een eitje en voor de ander een crime. Van kindjes die maandenlang van het potje af stappen en nog half plassend door de kamer rennen, tot kindjes die (letterlijk) vlekkeloos door deze fase heen fietsen; welk pad jouw kindje kiest, weet je niet van tevoren. Maar met deze tips ben je in ieder geval goed voorbereid.

Wanneer is mijn kindje zindelijk?

Elk kind bepaalt zijn eigen tempo. Het ene kind is op tweejarige leeftijd al zindelijk, terwijl het andere kind pas een week voor zijn vierde verjaardag afscheid neemt van zijn luier. Helaas is er geen one size fits all oplossing, maar er zijn wel een paar handvaten die het zindelijk worden iets makkelijker kunnen maken.

  1. Potje in de kamer 
    Zet het potje midden in de kamer. Wanneer je kindje hier steeds weer mee in aanraking komt, is de kans groot dat hij er gebruik van zal willen maken. Laat hem het potje zelf ontdekken. Vaak gaan ze er eerst spelenderwijs met kleren aan op zitten.
  2. Start in de zomer 
    Probeer te starten met zindelijkheidstraining in de zomer. Dan kun je je kindje namelijk makkelijk in blote billen rond laten lopen. Wanneer hij zijn poep of plas langs zijn benen voelt lopen, is de kans groot dat hij een volgende keer bij aandrang op het potje zal gaan zitten.
  3. Potje versus toilet 
    Heeft je kindje al interesse in het toilet, voordat je het potje hebt geïntroduceerd? Leer hem dan meteen aan om te plassen en poepen op het toilet met een brilverkleiner. Dat scheelt weer een stap in het proces. En dan gaat het vaak sneller.
  4. Belonen 
    Heeft je kindje geen enkele behoefte om zindelijk te worden? Probeer dan om hem te stimuleren door samen boekjes te lezen over zindelijkheid of introduceer een beloningssysteem. Spreek bijvoorbeeld af dat hij voor elke plas- of poepbeurt op het potje of de wc een sticker krijgt. Bij vijf (of meer) stickers kun je hem dan belonen met iets wat hij graag wil. Denk bijvoorbeeld aan een dagje naar de dierentuin, zijn lievelingsmaaltijd of een klein cadeautje.
  5. Forceer het niet 
    Een kindje dat écht niet wil, is niet klaar voor zindelijkheidstraining. Wanneer je het gaat forceren, is de kans groot dat het nog langer duurt, helaas.
  6. Niet alles in één keer 
    Plassen en poepen gaat vaak niet hand-in-hand. Veel kindjes gaan eerst plassen op het potje of de wc en na een tijdje pas poepen. Hetzelfde geldt voor dag en nacht. Focus je eerst op zindelijkheid overdag en wanneer dit een tijdje goed gaat, kun je het ’s nachts proberen. Houd er echter rekening mee dat dit fout kan gaan. Zorg daarom voor een matrasbeschermer of molton onder het hoeslaken. En uiteraard zijn een stapel hoeslakens ’s nachts best handig…
  7. Houd altijd rekening met ongelukjes 
    Is je kindje al (gedeeltelijk) zindelijk? Heel goed! Maar vergeet niet dat je in het beginstadium ook nog kans hebt op een natte broek. Neem daarom in deze periode altijd extra kleding mee wanneer je kindje zonder luier de deur uit gaat.
  8. Herinner je kindje aan toiletbezoekjes 
    Vraag je kind regelmatig of hij naar de wc moet. Vooral voor een autorit of op een verjaardag kan dit handig zijn.
  9. Aanmoedigen 
    Wanneer hij zijn behoefte heeft gedaan op het potje of het toilet, laat dan weten dat hij het goed gedaan heeft en dat je trots op hem bent. Grote kans dat hij het nog leuker gaat vinden om (op tijd) zijn behoefte te doen.
  10. Gun je kindje de tijd 
    Zindelijkheidstraining is een proces dat gaat met vallen en opstaan. Een natte broek of nat matras is natuurlijk vervelend, zeker midden in de nacht, maar boos worden werkt vaak averechts. Praat samen over wat er mis is gegaan en hoe het de volgende keer beter kan.

Geduld is een ‘schone’ zaak. Succes!